by Eva Starmans, C2C ExpoLAB

We zijn er tegenwoordig met zijn alle erg goed in geworden om zoveel mogelijk termen te bedenken waarmee we ene duurzaamheidsstroming kunnen onderscheiden van de andere: innovatieve duurzaamheid, Cradle to Cradle, Circulaire economie, Blue Economie, MVO, we-economie, eco-efficiency, biobased, Industrial design, the natural step, new economie en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Daarbij komen we ook nog om in de meetinstrumenten waaronder BREEAM, LEED, GPR, DGNB, Greencalc, Eco-Quantum, het energielabel, Well en nog vele meer. Er blijken wereldwijd rond de 500 instrumenten te zijn om duurzaamheid meetbaar te maken. Dat maakt het er allemaal niet doorzichtiger op.
De discussie gaat tegenwoordig vaak dan ook niet meer om wat we doen, maar waar de verschillen zitten tussen de verschillende stromen.

Want willen we uiteindelijk niet allemaal hetzelfde? Als ik het vanuit mijn eigen vakgebied bekijk, dan wil ik graag meehelpen aan gebouwen die waarde toevoegen.
Het creëren van waarde in de breedste zin van het woord, dus goed voor mens, milieu én de portemonnee. Want uiteindelijk wil zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer geld besparen en verdienen. En terecht natuurlijk. Het mooie is dat je daarmee ook iets goed door voor je omgeving en de mensheid.

Healthy Buildings
In het Healthy Building Network project grijpen we vaak terug op Cradle to Cradle en de Blue Economy. Dat is ook beste logisch met partners zoals Blue Hub, Blue Engineering & C2C ExpoLAB. Zoals gezet gaat het ons allemaal om het creëren van een betere, gezondere en toekomstbestendige wereld. Ongeacht welke duurzaamheidsstroming.

Ik kan me voorstellen dat dit voor andere partijen soms verwarrend kan werken. Waarom gebruiken wij (als C2C ExpoLAB) gezonde gebouwen en C2C in een zin? Dit komt omdat het creëren van meerwaarde de kern van C2C is. Enkele belangrijke punten zijn: continue kringlopen (zoals in een circulaire economie) en het gebruik van gezonde producten. De C2C certificering standaard voor producten heeft als belangrijk onderdeel dan ook “material health”. Het is voor de meeste bedrijven en consumenten onmogelijk om te beoordelen of een product echt gezondheid. Daarom biedt het C2C certificaat houvast, indien een product dit certificaat heeft of kan aantonen gelijkwaardig te zijn, kunnen we echt aannemen dat dit product bijdraagt aan een gezond en veilig (binnenklimaat). Als wij daarom mogen adviseren gedurende het ontwerp van circulaire en gezonde gebouwen, adviseren wij het gebruik van C2C gecertificeerde producten.

Wat feitjes
Wist u bijvoorbeeld dat de meeste chemicaliën die commercieel worden gebruikt, niet getest zijn op mogelijke gezondheidseffecten? Minder dan een derde van de gereguleerde, veel geproduceerde chemicaliën, waaronder veel die binnen worden gebruikt, hebben maar een screening niveau van testen op ongunstige effecten (Healthy Buildings, Healthy people, EPA).
Of wist u dat van de 82.000 chemicals gebruikt voor commerciële doeleinde, voor 85% geen data voor gezondheid voorhanden is (Evidence for Health the 9 Foundations – Harvard T.H. Chan Joseph G. Allen)?

Het gaat om de goede dingen doen
Wat mij betreft maakt het niet uit hoe we dat noemen, als we maar de goede vragen stellen en de juiste dingen doen! Als we niet durven te dromen en buiten onze kaders te denken, blijven we doen wat we altijd gedaan hebben. De dingen goed doen in plaats van minder slecht wil toch iedereen?! Het aandacht geven van gezondheid en circulariteit gebeurt op meerdere podia en momenten, laten we samen de handschoen oppakken om een volgende stap te zetten.